Ik ben geregistreerd Tax Assurance Provider en heb toegangcodes

Register en kenniscentrum voor de Tax Assurance Provider

Groothertogdom Nederland

Eelco van der Enden Door Eelco van der Enden 12 januari 2017 Dit artikel delen

Afgelopen week bereikte ons uit Luxemburg het bericht dat het Groothertogdom zijn fiscale controles gaat aanscherpen. Zo zal er door de Luxemburgse belastingdienst gekeken worden of leningen tussen vennootschappen binnen concernverband wel zakelijk zijn. Tevens gaan ze beoordelen of concernfinancieringsmaatschappijen wel voldoen aan het ‘substance-vereiste’. Het ‘arm’s length-principle’ en ‘substance-vereiste’ zijn sinds tientallen jaren de internationale fiscale norm waaraan bedrijven zich te houden hebben. Hierover zijn binnen de OECD en tussen landen afspraken gemaakt. Het feit dat Luxemburg nu expliciet aangeeft dit te gaan controleren is dus best wel opmerkelijk. Wat deed de Luxemburgse belastingdienst dan tot nu toe? Enkel aangiften afstempelen? Dit bericht werd gekoppeld aan de mededeling dat Luxemburg haar vennootschapsbelastingtarief gaat verlagen van 21% naar 19%. Het Luxemburgse voorbeeld laat zien hoe gunstig fiscaal beleid vroeger gevoerd werd en in de toekomst gevoerd gaat worden.

Vroeger had je een ‘normaal’ tarief en werden via rulings afspraken gemaakt over de ‘zakelijkheid’ van transacties in combinatie met ‘milde controles’. Deze praktijk heeft echter zijn langste tijd gehad. Sommige afspraken blijken zo ‘gunstig’ dat ze feitelijk een subsidie in de vorm van een belastingreductie zijn. Belastingsubsidies zijn een inbreuk op Europese mededingingsregels als ze niet voor iedereen gelden.

Het nieuwe fiscale beleid ziet op een verlaging van het tarief tot onder de 20% maar dan wel met effectieve controles op economische realiteit. Zo blijft men binnen Europese en OECD-bandbreedten.

Vanuit de fiscale wetenschap werd overigens positief gereageerd op deze ‘aanscherping van het Luxemburgse beleid’. Maar daar werd meteen aan toegevoegd dat Nederland niet kan achterblijven en haar vennootschapsbelastingtarief ook moet verlagen om aantrekkelijk te blijven als vestigingsplaats voor bedrijven. De Trump-administratie speelt ook met deze gedachte. Het Amerikaanse belastingsysteem belast thans slechts winsten die effectief naar de VS worden gerepatrieerd. Dit heeft geleid tot allerlei ingewikkelde fiscale constructies om geld zo lang en goedkoop mogelijk buiten de VS te houden (al dan niet met het gebruik van ‘tax havens’). Het voorstel is het effectieve tarief in de VS terug te brengen van 35% naar 15%. En een éénmalige heffing van 10% in plaats van 35% over de naar schatting 1,2 triljard dollar die door Amerikaanse multinationals in het buitenland gestald is.

Ik twijfel er niet aan dat ook Nederland zijn vennootschapsbelastingtarief zal verlagen en meegaat in deze internationale trend. Ongetwijfeld komt er politieke tegendruk: ‘Multinationals betaalden effectief al niets en worden nu beloond met een lager tarief!’. Minister Dijsselbloem, de man die de OECD- en EU anti-ontgaansregels pas in 2024 wil invoeren (en niet 2019 als gepland), is dan ook tegen. De vennootschapsbelasting moet omhoog! Hij heeft gelijk. Als Nederland zijn we dan ‘gidsland’. Dat willen we immers graag zijn. Om dan toch aantrekkelijk te blijven voor internationale bedrijven kunnen we dit koppelen aan een ‘best practice ruling-praktijk’. Die werkt als volgt: hoog tarief combineren met zekerheid vooraf over de zakelijkheid van transacties. Die rulings mogen op lokaal niveau afgesloten worden en worden niet centraal geregistreerd. Zo heeft niemand het overzicht en is het lastig om inzicht te geven in het aantal rulings dat is afgesloten en wat er in staat. Dat maakt controle op de wetmatigheid lastig en bemoeilijkt internationale uitwisseling. Zou Dijsselbloem dat wellicht voor ogen hebben?

Reageer

Blog Archief

Volg Tax Assurance

Ontvang de nieuwsbrief

Tax Assurance

is een initiatief van
Stichting RTAP en Domus Editoria